WOZ van invloed op de huurprijs: dat kan huurverlaging betekenen!

Per 1 oktober 2015 wijzigt het woningwaarderingsstelsel. Het woningwaarderingsstelstel bepaalt de maximale huur voor een sociale huurwoning. De WOZ-waarde van zo’n woning gaat in het nieuwe systeem voor een groot gedeelte de maximale huurprijs bepalen.

Voor nieuwe huurovereenkomsten moet in het geval van een sociale huurwoning de maximale huurprijs vanaf 1 oktober 2015 op deze nieuwe manier worden berekend.

Heeft u een bestaande huurovereenkomst voor een sociale huurwoning, betaalt u een forse huurprijs en is de WOZ-waarde van uw woning relatief laag, dan kunt u in aanmerking komen voor huurverlaging.

Hoe komt u achter de WOZ-waarde van uw huurwoning? U kunt de WOZ-waarde opvragen bij uw verhuurder of de gemeente. Vervolgens kunt u op de website van de Huurcommissie uw huurprijs checken. Op die website staat ook informatie over de manier waarop u een huurverlaging kunt aanvragen.

Let op: dit geldt alleen voor sociale huurwoningen. Een sociale huurwoning is een zelfstandige woning met een huurprijs waarvoor huurtoeslag kan worden verleend. Ook als u zo’n woning van een particuliere verhuurder huurt, gelden deze regels!

 

Capabel Onderwijs Groep… een dure les.

In de afgelopen week hebben zich bij ons kantoor drie aankomend studenten gemeld die door opleider Capabel Onderwijs Groep aangesproken worden op betaling van annuleringskosten van € 1.000,00 en hoger.

De situatie doet zich voor dat aankomend studenten zich bij Capabel inschrijven voor het volgen van een opleiding. Op dat moment is nog niet zeker of zij daadwerkelijk tot de opleiding toegelaten worden en of de opleiding doorgang zal vinden. Voor de inschrijving brengt Capabel € 195,00 in rekening. Dit inschrijfgeld dient betaald te worden, ongeacht of de opleiding uiteindelijk gevolgd gaat worden.

Als studenten zich vervolgens niet tijdig, dat wil zeggen acht weken voor de geplande startdatum van de opleiding afmelden, brengt Capabel ook nog 25% van de volledige kosten van de opleiding in rekening. Wij zijn van mening dat dit niet klopt en dat Capabel geen aanspraak op deze kosten mag maken!

Zit jij in deze situatie, of ken je iemand die hier hulp bij kan gebruiken, neem dan contact met ons op. Deze zaken worden behandeld door Jarieke Hardeman en Marieke Hartkoorn.

Begroting 2016: Geen feest voor mensen in de bijstand.

Na de inwerkingtreding van de participatiewet in 2015 bevat de rijksbegroting 2016 weinig ingrijpende wijzigingen in de sociale zekerheid. Hoewel de regering na jaren van bezuinigingen weer wat ruimte voor extraatjes heeft, is de begroting 2016 voor bijstandsgerechtigden zeker geen feestbegroting te noemen.

De regering kiest er uitdrukkelijk voor dat werken moet lonen. Daarom verwacht de regering dat werkenden er in 2016 gemiddeld 2,6% op vooruitgaan. Voor uitkeringsgerechtigden op het bijstandsniveau zal dat slechts 0,1% zijn. Dat is beslist karig te noemen als je bedenkt dat bijstandsgerechtigden met bijvoorbeeld de introductie van de kostendelersnorm en de afschaffing van de vaste langdurigheidstoeslag in de afgelopen jaren niet zijn ontzien.

Daar komt nog bij dat de regering verwacht dat de gemiddelde zorgpremie in 2016 meer zal stijgen dan de verhoging van de zorgtoeslag en het eigen risico verhoogd wordt van 375 naar 385 euro. De kans is dan ook groot dat bijstandsgerechtigden in 2016 weinig van de voorzichtige groei zullen merken. Dat werken zou moeten lonen is op zich een nobel streven, maar solidariteit is ook wat waard.

Mark Hüsen

Wet taaleis WWB: Een klein dictee in de participatiewet.

Op 17 maart 2015 heeft  de Eerste Kamer de Wet taaleis WWB aangenomen. Eerst  zou de wet op 1 juli al ingaan, maar dat is uitgesteld tot 1 januari 2016. Voor diegenen die nu al bijstand ontvangen geldt de taaleis vanaf 1 juli 2016 ook.

Op grond van deze wet beoordeelt de Sociale Dienst de taalvaardigheid van bijstandsgerechtigden en de kan bijstandsgerechtigde eventueel verplichten om een cursus te volgen. De Sociale Dienst kan een maatregel opleggen als de bijstandsgerechtigde zich  onvoldoende inspant om de taalvaardigheid te verbeteren.

De taaleis in de bijstand is overigens niet dezelfde als de taaleis in de wet inburgering. Voor de bijstand geldt het referentieniveau 1F. Dat komt neer op het afronden van de Nederlandse basisschool. De taaleis in de bijstand geldt voor iedereen die recht op bijstand heeft. Anders dan bij de wet inburgering het geval is, bestaan er geen vrijstellingen. Desondanks is het de vraag of de taaleis geen ongeoorloofd onderscheid maakt tussen mensen met de Nederlandse nationaliteit en zij die een andere nationaliteit bezitten. Het ligt immers voor de hand die laatste groep vaker met de taaleis zal worden geconfronteerd.

De bijstandsgerechtigde kan aantonen dat hij de Nederlandse taal voldoende beheerst door bijvoorbeeld een getuigschrift Nederlands  basisonderwijs of een inburgeringsdiploma te overleggen. Als de uitkeringsgerechtigde hierover niet beschikt kan hij ook met andere documenten proberen aan te tonen dat hij aan de taaleis voldoet.  De wet concretiseert  niet wat overige documenten zijn zodat het in principe van alles zou kunnen zijn zoals bijvoorbeeld een CV of een recente sollicitatiebrief.  Als de bijstandsgerechtigde  deze gegevens niet kan tonen neemt de Sociale Dienst een taaltoets af.  In een Algemene Maatregel van Bestuur zal de regering eisen stellen waaraan de taaltoets zal moeten voldoen, maar daarbinnen heeft de Sociale Dienst beleidsvrijheid bij de keuze van de taaltoets. Derhalve zal afgewacht moet worden hoe de Sociale Diensten in Rotterdam en omgeving concreet aan de taaltoets vorm gaan geven.

Als het resultaat van de taaltoets onvoldoende is, zal de bijstandsgerechtigde inspanningen moeten leveren om de beheersing van de Nederlandse taal op het vereiste niveau te brengen. Het ligt voor de hand dat dit gebeurt door de bijstandsgerechtigde een taalcursus te laten volgen, maar andere opties zijn volgens de regering ook mogelijk. De regering is daarbij niet duidelijk over hoe een taalcursus bekostigd moet worden en of de bijstandsgerechtigde die zelf moet betalen. Als vervolgens blijkt dat de bijstandsgerechtigde zich onvoldoende inspant om aan de taaleis te voldoen kan de Sociale Dienst dus een maatregel opleggen en de uitkering verlagen.

In de praktijk zullen vooral analfabeten en laaggeletterden met de taaleis te maken krijgen. De regering schat zelf in dat die groep ongeveer  550.000 personen omvat. De kans is groot dat het hierbij juist om mensen gaat die kampen met cognitieve problemen, leerproblemen en audiovisuele problemen. Voor die mensen kan het maken van de taaltest en het  eventueel volgen van een taalcursus extra moeilijk zijn.  Als de Sociale Dienst  de uitkering wegens onvoldoende inspanningen verlaagt zal de Sociale Dienst met zulke omstandigheden rekening moeten houden, omdat verwijtbaarheid kan ontbreken. Bovendien gaat het vaak om kwetsbare mensen voor wie het verlagen van de uitkering ernstige gevolgen kan hebben.

Met de Wet taaleis WWB wordt aan de Sociale Dienst een extra instrument gegeven om de uitstroom van bijstandsgerechtigden te bevorderen. De wet past wat dat betreft in de trend van de afgelopen jaren om de bijstand activerend te maken. Deze wet  treft wel specifiek analfabeten en laaggeletterden die daardoor vaak al in een kwetsbare positie zitten.  Het is dan ook afwachten hoe de Sociale Diensten in de praktijk aan de taaleis vorm zullen gaan geven en deze eis in de praktijk  gaan handhaven.

Sekszaak Schiedamse Kelderbox

Onze cliënt is vandaag vrijgesproken van de tenlastelegging dat hij in mei 2014 in een kelderbox in Schiedam seks zou hebben gehad met een 16-jarig meisje die daar, via een advertentie op een seks website, een aantal mannen heeft ontvangen. De zaak heeft veel publiciteit gekregen. Twee weken geleden stonden acht verdachten voor de Rechtbank Rotterdam en vandaag was de openbare uitspraak voor vijf van hen.

De advocaat van een van de verdachte, Martin Iwema, heeft voor zijn cliënt aangevoerd dat de omstandigheden (kelderbox, jong meisje) die iemand er juist van moeten weerhouden seks te hebben met het meisje, de redenen zijn geweest voor cliënt om er helemaal van af te zien en aan het meisje te zeggen dat zij dit niet moet doen. De Rechtbank heeft het verweer aanvaard en geoordeeld dat in zijn geval onvoldoende overtuigend bewijs aanwezig was voor een veroordeling. Dit ondanks de eis van de Officier van Justitie van 9 maanden celstraf waarvan 3 maanden voorwaardelijk.

Andere verdachten werden wel (zwaar) bestraft door de rechtbank.

Zie ook hier.

Afbeelding: Felix Guérain

Rotterdam doet weer eens stiekem (II)

In het bericht van 4 augustus 2015 van Ton Rhijnsburger, wordt aandacht besteed aan de kosten, de doelmatigheid en de resultaten van het project ‘Werk Loont’ van de gemeente Rotterdam. Om de kosten van het project inzichtelijk te krijgen, heeft Ton, namens zijn cliënt Pieter Wondergem, een WOB-verzoek ingediend. Dit verzoek is afgewezen, de gemeente wilde geen opheldering geven over de kosten. Ton heeft tegen deze beslissing bezwaar ingediend, half september 2015 zal de hoorzitting gehouden worden.

Het programma De Monitor van KRO NCRV besteedt veel aandacht aan ‘het dossier’ Sociale Dienst. Dit dossier richt zich op de vraag ‘Hoe sociaal is de Sociale Dienst?’. Onderzocht wordt of het beleid van de sociale dienst wel rechtvaardig is en of dit beleid alleen zou moeten gelden voor fraudeurs en mensen die gewoonweg niet willen werken. In dit kader wordt ook aandacht besteed aan de situatie van Pieter Wondergem. De makers van het programma hebben op ons kantoor een interview afgenomen met Ton en hebben ook gesproken met Pieter Wondergem. Via deze link kunt u een deel van het interview met Ton Rhijnsburger bekijken en hier vindt u  meer informatie over de situatie van Pieter.

Over het verloop van de procedure houden we u uiteraard op de hoogte.

 

 

Facebook en de rechtbank

Een cliënt van ons kantoor was door de rechtbank veroordeeld om voor een periode van twee weken een rectificatie op haar eigen Facebookpagina te plaatsen. Als zij dat niet zou doen, moest zij een flinke dwangsom betalen.
Onze cliënt wilde dat natuurlijk voorkomen en plaatste de rectificatie op haar eigen Facebookpagina. Daarbij vinkte zij aan dat de rectificatie openbaar geplaatst moest worden. In de praktijk blijkt zo’n openbaar bericht echter alleen zichtbaar te zijn voor mensen met een Facebookaccount en dus niet voor mensen zonder account.

De wederpartij wilde dat onze cliënt ervoor zou zorgen dat de rectificatie ook voor mensen zonder Facebookaccount zichtbaar zou zijn. Een nogal vreemde eis, omdat onze cliënt de rectificatie al op de meest openbaar mogelijk manier had geplaatst.
De wederpartij schakelde een deurwaarder in om de dwangsom bij onze cliënt in te vorderen. Deze deurwaarder twijfelde echter zelf ook aan de haalbaarheid en heeft de kwestie aan de rechtbank voorgelegd.

Tijdens de zitting werd besloten gewoon maar even op Facebook te kijken. Onze cliënt liet op de computer van de griffier haar Facebookpagina zien en gaf de wederpartij (en de rechtbank) een lesje Facebook. Zij liet zien dat de rectificatie door haar openbaar was geplaatst.

De rechtbank heeft onze cliënt, die werd bijgestaan door Jarieke Hardeman, gelijk gegeven en dat betekent de deurwaarder de dwangsom (gelukkig!) niet bij haar mag innen. De zichtbaarheid van de rectificatie was in de eerdere procedure niet aan de orde gekomen. Als de wederpartij had gewild dat de rectificatie zichtbaar zou zijn voor iedereen, dan had de wederpartij dat ook op die manier moeten vorderen en dat was niet gebeurd. De wederpartij had gevorderd de rectificatie op haar eigen Facebookpagina moest worden geplaatst en dat had onze cliënt gedaan.

Met andere woorden: zorgvuldig formuleren en procederen is belangrijk! Ons kantoor kan u daarover adviseren. Moet u bij de rechtbank komen of wilt u een procedure starten? Neem contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken.