Verplichte jeugdhulp opleggen, dat mag alleen de kinderrechter!

Gemeente Rotterdam mag gezinnen geen jeugdhulp opleggen, dat mag alleen de kinderrechter!

Sinds 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdhulp aan gezinnen. Als er ernstige zorgen zijn over opvoedingsproblemen binnen gezinnen worden die zorgen gemeld bij het Jeugdbeschermingsplein van de gemeente. Het Jeugdbeschermingsplein bepaalt dan of de zaak zo ernstig is dat de Raad voor de Kinderbescherming moet worden ingeschakeld en naar de kinderrechter moet worden gegaan. Vaak wordt ouders alsnog een laatste kans geboden bepaalde jeugdhulp te accepteren. Dit gebeurt dan in een zogenaamd drangkader.

Als ‘drang’ wordt ingezet krijgt het gezin meteen een jeugdbeschermer van Jeugdbescherming Rotterdam toegewezen, zonder dat aan ouders iets wordt gevraagd.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 24 november 2015 bepaald dat zo’n besluit van het Jeugdbeschermingsplein gewoon geweigerd mag worden door ouders en kinderen

Als ouders dat doen dan lopen ze wel het grote risico dat de zaak wordt voorgelegd aan de kinderrechter en dat het gezag daadwerkelijk wordt beperkt of dat de kinderen uithuisgeplaatst worden. De rechter vindt wel dat de beslissing van het Jeugdbeschermingsplein ondoorzichtig is en eigenlijk ook niet behoorlijk is, omdat ouders onvoldoende worden betrokken bij de besluitvorming over welk traject van jeugdhulp dan noodzakelijk zou zijn en of de zorgen eigenlijk wel terecht zijn.

Mijn advies is dat als de gemeente u jeugdhulp aanbiedt, terwijl u vindt dat dat te weinig is of de verkeerde jeugdhulp, dat u dan altijd aan de gemeente vraagt om het aanbod van jeugdhulp op schrift te zetten in een zogenaamde ‘verleningsbeschikking jeugdhulp’. U kunt dan altijd bezwaar maken en zelf beargumenteren waarom u andere, beter geschikte jeugdhulp nodig heeft of juist geen jeugdhulp nodig heeft.

U hoeft niet bang te zijn voor de kinderrechter. Die toetst namelijk of de gemeente op zorgvuldige wijze een beslissing neemt die diep ingrijpt in uw gezin. Bovendien zal de Raad voor de Kinderbescherming eerst nog onderzoeken of de gemelde zorgen wel kloppen en of er daadwerkelijk sprake is van een bedreiging van het welzijn van de kinderen. Pas als ook de Raad voor de Kinderbescherming die conclusie trekt, kan de Raad een verzoek tot ondertoezichtstelling indienen bij de kinderrechter. De kinderrechter zal altijd toetsen of u noodzakelijke jeugdhulp accepteert en of er echt wel sprake is van ernstige bedreiging van de kinderen. De Kinderrechter toetst ook of het plan dat is opgesteld om de problemen op te lossen wel goed genoeg is. U krijgt altijd de gelegenheid om uw mening te geven en u wordt door de kinderrechter beschermd tegen verkeerde beslissingen van de jeugdhulpverleners.

Mijn advies bij een zorgmelding: De Koffietactiek! Indien medewerkers van het wijkteam zorgen hebben en graag bij u langs willen gaan. Nodig ze uit en biedt een kopje koffie aan. Hoewel soms verkeerde adviezen en beslissingen worden genomen, gebeurt dit bijna altijd vanuit oprechte bedoelingen de kinderen in het gezin te helpen. In die situaties loont het eerst met elkaar in gesprek te gaan en als u er niet uit komt, onafhankelijk advies te vragen.

Als u er niet uitkomt, of als u angst heeft voor het optreden van de gemeente, kunt u altijd bellen voor een gratis telefonisch advies. U kunt uw klachten ook doorgeven aan de kinderombudsman.

Reinier Feiner
jeugd- en strafrechtadvocaat

WERKEN BIJ ADVOKATENKOLLEKTIEF ROTTERDAM

Wij zijn altijd geïnteresseerd in getalenteerde en enthousiaste advocaten die binnen de sociale advocatuur willen werken. Heb je enkele jaren werkervaring als advocaat en lijkt het je leuk om je praktijk bij ons voort te zetten? Neem dan contact op met Ton Rhijnsburger (010 – 465 09 66).

Wij verwachten van nieuwe advocaten een kritische instelling, maatschappelijke betrokkenheid, uitstekende communicatieve vaardigheden en een Rotterdamse mentaliteit.

Wij bieden geen leaseauto’s en laptops, maar wel een prettige informele werksfeer en deskundige en gedreven collega’s.

Herbeoordeling Wajong: Een kwestie van arbeidsvermogen.

Met de inwerkingtreding van de participatiewet is ook de Wajong veranderd. Een van de gevolgen is dat mensen die voor 2015 al een Wajong uitkering ontvingen herbeoordeeld worden op hun arbeidsvermogen. Deze herbeoordeling wordt uitgevoerd in de periode 2015-2017.

De herbeoordeling wijkt af van de beoordeling die tijdens de aanvraag van de Wajong uitkering had plaatsgevonden. De loonvergelijking waarbij gekeken werd naar wat iemand nog zou kunnen verdienen is met de Wajong 2015 definitief vervangen door de beoordeling van het arbeidsvermogen van de aanvrager. Hierbij wordt – kort samengevat – op het volgende gelet:

– Kan iemand taken uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
– beschikt iemand over basale werknemersvaardigheden;
– kan iemand ten minste een uur aaneengesloten werken en
– is iemand voor ten minste 4 uur per dag belastbaar.

Iemand heeft arbeidsvermogen als hij aan alle vier criteria voldoet.

Voor de Wajonggerechtigden die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben verandert er niets. Zij behouden hun uitkering. Wajongers die wel arbeidsvermogen hebben behouden weliswaar ook hun Wajong uitkering, maar deze zal vanaf 1 januari 2018 met 5% verlaagd worden naar het niveau van een bijstandsuitkering. Aanvankelijk was het de bedoeling dat deze groep Wajongers ook daadwerkelijk in de bijstand zou belanden, maar dat is uiteindelijk niet doorgegaan.

In de brief van 27 oktober 2015 aan de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Klijnsma laten weten dat het UWV voorlopig beoordeeld heeft dat 155.000 Wajongers arbeidsvermogen hebben en 67.000 niet. Het UWV heeft deze beoordeling op basis van de dossiers uitgevoerd. Wajongers hoefden hiervoor niet langs bij het UWV. Dit zal overigens wel gelden voor ongeveer 2.000 Wajongers waarvan het UWV te weinig informatie heeft. Zij worden apart voor een herbeoordeling opgeroepen.

Wajongers ontvangen een brief van het UWV over de voorlopige beoordeling van hun arbeidsvermogen (of hebben deze reeds ontvangen). Dit is nog geen definitief besluit. De wajonggerechtigde kan in een reactieformulier aan het UWV wel laten weten dat hij het niet eens is met deze indeling. Het UWV zal dan een uitgebreidere beoordeling uitvoeren. Deze voorlopige indeling is overigens nog geen definitief besluit. Dat zal op een later moment nog door het UWV worden genomen. Daartegen kan bezwaar worden gemaakt.

De herbeoordeling is met name belangrijk voor Wajongers die voor 2010 zijn ingestroomd en die op dit moment 80-100% zijn afgekeurd. Desalniettemin is het voor alle Wajongers die herbeoordeeld worden zinvol om te kijken of de herbeoordeling juist is uitgevoerd. Of bezwaar maken zin heeft hangt uiteindelijk af van iemands persoonlijke situatie. Als u hierover vragen heeft kunt u uiteraard contact opnemen met een advocaat van de sectie Sociale Zekerheidsrecht of op vrijdagmiddag van 13.00 – 15.00 uur ons gratis spreekuur bezoeken.

Mark Husen