Wijzigingen in de Participatiewet in 2016

Met het nieuwe jaar zijn er ook een aantal wijzigingen in de Participatiewet in werking getreden.  Ten opzichte van 2015 zijn de wijzigingen aanmerkelijk minder ingrijpend, maar er zijn toch een aantal veranderingen die het vermelden waard zijn.

Wijzigingen kostendelersnorm
Met de verzamelwet SZW 2016 (34.273) zijn de bepalingen van de in 2015 geïntroduceerde kostendelersnorm wat vereenvoudigd en aangepast. Nieuw is onder andere  artikel 19a van de Participatiewet dat, ter onderscheiding van een  in de zin van de bijstand gehuwd persoon, de kostendelende medebewoner omschrijft. Deze definitie is van belang om te bepalen of de uitkering wordt vastgesteld op basis van de kostendelersnorm of niet.

Met de meeste wijzigingen zijn geen inhoudelijke veranderingen beoogd.  Dit geldt echter wel voor de wijziging van artikel 24 van de Participatiewet. Op grond van het nieuwe artikel 24 ontvangt de bijstandsgerechtigde met een  niet gerechtigde partner  namelijk 50% in plaats van 70% van de voor hem geldende gehuwdennorm. Daarbij wordt uitgegaan van de gehuwdennorm zoals die zou gelden als hij met een persoon van dezelfde leeftijd als hemzelf getrouwd zou zijn. Indien de rechthebbende echtgenoot bijvoorbeeld 20 jaar is en kinderen heeft, is op hem 50% van de jongerengehuwdennorm met ten laste komende kinderen van toepassing (artikel 20, tweede lid, onderdeel b).  Deze wijziging laat overigens onverlet dat het college maatwerk kan leveren door in de individuele situatie de bijstand af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende of  bijzondere bijstand te verlenen.

Wet taaleis Participatiewet
Per 1 januari 2016 is de Wet taaleis Participatiewet in werking getreden, zie hiervoor ook dit artikel van september 2015. Vanaf 1 juli 2016 geldt deze wet ook voor bijstandsgerechtigden die voor 1 januari al bijstand ontvingen. Op de site van de gemeente Rotterdam kunt u wat meer informatie vinden over de uitvoering van deze wet  in Rotterdam.

Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de taaltoets afgenomen gaat worden. Het Besluit taaltoets  Participatiewet bepaalt wel dat de toets uit een mondeling en schriftelijk deel bestaat. Bij de wijze van toetsing kan aangesloten worden of gebruik gemaakt worden van bestaande toetsen voor de Nederlandse taal voor zover deze betrekking hebben op het referentieniveau 1F of van toetsen inzake vaardigheden Nederlandse taal die zijn ontwikkeld ter voorbereiding op of ter ondersteuning bij het inburgeringsexamen  die aan het referentieniveau 1F voldoen. Het besluit laat toe dat de toets zowel  individueel als in groepsverband wordt afgenomen.  Ook  kunnen computers worden gebruikt.

Wetsvoorstel  vereenvoudiging beslagvrije  voet
In de begroting voor 2016 is een wetsvoorstel voor de vereenvoudiging van de beslagvrije voet aangekondigd. In de brief van 23 december 2015 heeft de staatssecretaris de hoofdlijnen van het voorstel geschetst (2015-0000312795). De bedoeling is dat meer met vaste bedragen zal worden gewerkt dan nu het geval is. Het wetsvoorstel zal in de tweede helft van 2016 worden ingediend zodat het nog enige tijd kan duren voordat het daadwerkelijk van kracht zal worden. Op korte termijn verandert er dus nog niets.

 

WOONSTAD MAG KOSTEN HUISMEESTER NIET DOORBEREKENEN

Rotterdamse woningcorporaties hebben tegenwoordig een “wijkbeheerder” in dienst, vroeger ook wel huismeester genoemd. De kosten voor deze wijkbeheerder werden nooit doorberekend aan de huurders. De woningcorporatie kreeg daarvoor namelijk tot voor kort subsidie. Woonstad, maar ook Havensteder, tracht nu de kosten van de wijkbeheerder wel door te berekenen aan de huurders. Dat gaat al gauw om € 2,– à € 3,– per maand.

Twee huurders uit Rotterdam-Overschie waren het daar niet mee eens. Reden: zij zien de huismeester nooit, die verricht geen werkzaamheden voor huurders, hij zou wel in de wijk rondlopen, maar wat heb je eraan? Kosten mogen alleen worden doorberekend indien direct ten behoeve van de huurders gewerkt wordt. Woonstad kon dat niet aantonen. In de gevoerde procedure overweegt de rechter dat Woonstad niet inzichtelijk kon maken welke werkzaamheden de huismeester/wijkbeheerder verricht. Het “rondlopen” in de buurt van de flat of de wijk is voor de kantonrechter niet voldoende om kosten te mogen doorberekenen. Het betrof zo’n € 220,– per jaar. De rechter wijst de vordering van Woonstad dan ook af en veroordeelt de corporatie in de kosten van de procedure.

Betaalt u ook mee aan de wijkbeheerder? Maak bezwaar bij uw verhuurder bij voorkeur zo veel mogelijk gezamenlijk met andere bewoners, bewonersvereniging en dergelijke.

Voor meer informatie kunt u terecht bij Ton Rhijnsburger.