Rotterdam weigert individuele inkomenstoeslag aan oudere bijstandsgerechtigden.

Sinds 1 januari 2015 is de Langdurigheidstoeslag vervangen door de individuele inkomenstoeslag. Het verschil is dat Langdurigheidstoeslag automatisch werd verstrekt aan iedereen die daarvoor in aanmerking kwam,  terwijl bij de verstrekking van de individuele inkomenstoeslag de gemeente beoordelingsvrijheid  heeft om de toeslag wel of niet toe te kennen.  Om grote willekeur te voorkomen moet de gemeenteraad  in een verordening wel regels vaststellen over de toekenning van de individuele inkomenstoeslag.  Rotterdam heeft in de verordening bepaald dat de individuele inkomenstoeslag alleen verstrekt kan worden aan mensen in  de leeftijdsgroep van 18 tot 27 jaar. Hiermee wijkt de gemeente Rotterdam af van de meeste andere gemeenten in Nederland en het is de vraag of het wel juist is dat een grote groep mensen op grond van leeftijd bij voorbaat wordt uitgesloten van de individuele inkomenstoeslag.

Er lopen intussen procedures tegen de weigering van de toeslag op basis van deze verordening aan oudere bijstandsgerechtigden. Omdat het over de houdbaarheid van een verordening gaat, hebben burgemeester en wethouders op 16 februari 2016 in een zaak zelf een besluit op bezwaar genomen. De beslissing van B&W is echter teleurstellend.

Het college kiest er voor om het eigen armoedebeleid hoe dan ook te handhaven. Het is sympathiek dat het Rotterdamse armoedebeleid zich richt op arme jongeren tot 27 jaar, maar het is de vraag of de individuele inkomenstoeslag uit de Participatiewet daarvoor is bedoeld. De individuele inkomenstoeslag is namelijk – kort gezegd –  bedoeld voor mensen met een langdurig  laag inkomen die geen zicht op inkomensverbetering hebben. De keuze van de gemeente Rotterdam om de grens bij 27 jaar te leggen wringt, want mensen die 27 jaar en ouder zijn kunnen ook langdurig een laag inkomen hebben. Bovendien is de kans dat zij geen zicht hebben op inkomensverbetering  meestal groter  dan bij mensen die jonger zijn dan 27 jaar.

Voor wat betreft de juistheid van de verordening individuele inkomenstoeslag zelf maakt het college zich er vanaf met de overweging dat het college niet de mogelijkheid heeft om een door de gemeenteraad vastgestelde verordening buiten werking te stellen. Dat klopt niet, want de bevoegdheid om de individuele toeslag te verlenen komt uiteindelijk aan het college toe en niet aan de raad. Als het college tijdens de heroverweging in bezwaar concludeert dat de door de raad vastgestelde verordening in strijd is met de wet (in dit geval de Participatiewet), dan kan het college ook in overleg treden met de raad om de verordening aan te passen. Het college kiest nu blijkbaar voor de vlucht naar voren en schuift de het probleem door naar de rechter. Er is intussen beroep ingesteld zodat  de bestuursrechter hierover ook uitspraak zal gaan doen.

Heeft het nu als 27-plusser in Rotterdam zin om individuele inkomenstoeslag aan te vragen? De aanvraag zal in eerste instantie worden afgewezen, maar hiertegen kan bezwaar gemaakt worden. Als de rechter oordeelt dat de Rotterdamse verordening in strijd is met de wet dan kan de gemeente genoodzaakt zijn om alsnog individuele inkomenstoeslag toe te kennen. Hier moet wel bij worden opgemerkt dat – anders dan bij de langdurigheidstoeslag het geval was – de gemeente bij de verlening van de individuele  inkomenstoeslag keuzes mag maken. Helemaal zeker is dat dus niet.