De nieuwe individuele inkomenstoeslag…

… € 50 per jaar is schraal armoedebeleid!

Burgemeester en wethouders hebben op 14 juni een voorstel ingediend voor een nieuwe verordening individuele inkomenstoeslag toeslag (16bb4692).

Kort gezegd komt het voorstel op het volgende neer:
– € 50,-  toeslag per jaar voor de persoon of het gezin dat;
– 5 jaar achtereen een inkomen heeft gehad van hoogstens 100% van de bijstandsnorm.

In het voorstel staan geen categorieën meer. Iedereen tussen 21 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd kan de toeslag aanvragen.

Deze verordening lijkt qua opzet meer op de oude langdurigheidstoeslag.  Dit past ook bij recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep waarin voor de uitleg van de kernbegrippen voor de individuele inkomenstoeslag ook nadrukkelijk aansluiting wordt gezocht bij de jurisprudentie die gevormd is onder de langdurigheidstoeslag, zie hiervoor bijvoorbeeld CRvB, 09-02-2016, ECLI:NL:CRVB:2016:472.

€ 50,- per jaar is een karig bedrag ten opzichte van de gemeente Schiedam, waar toeslagen tussen de € 370,00 en € 730,00 worden toegekend. Het voorstel lijkt vooral gebaseerd te zijn op de financiële kaders en niet zozeer op de behoefte van de arme Rotterdammer. Bovendien is het opvallend dat zowel een individu als een gezin € 50,- per jaar krijgen. Van het college dat bij zijn aantreden de individuele inkomenstoeslag een premie op inactiviteit noemde, viel dit voorstel wel te verwachten. De Participatiewet laat ook toe dat er verschillen tussen gemeenten bestaan. Als de gemeenteraad € 50,- te laag vindt, zal men de voorgestelde verordening moeten aanpassen of verwerpen.

In het overgangsrecht is voorgesteld dat de nieuwe verordening ook van toepassing zal zijn voor degenen die onder de oude verordening een aanvraag hadden ingediend, maar waarbij de aanvraag op grond van die verordening is afgewezen. De oude verordening was door de rechtbank onverbindend verklaard, omdat enkel mensen tot 27 jaar aanspraak op de individuele inkomenstoeslag konden maken. De hoogte van de toeslag op zich was niet in strijd met de wet. In artikel 4 van de oorspronkelijke verordening staat dat de toeslag gelijk was aan het lesgeld van een Vavo instelling.  Volgens de toelichting was dat in 2015 een bedrag van € 1.118,-. Dat doet de vraag rijzen of mensen die voorafgaand aan de uitspraak van de rechtbank van 14 maart jl. tevergeefs een aanvraag hadden ingediend op grond van het gelijkheidsbeginsel geen beroep zouden kunnen doen op de hoogte van het bedrag dat in die verordening staat genoemd.  Het overgangsrecht zou verder niet gelden voor mensen die onder de oude verordening geen aanvraag hebben ingediend. Dat is streng voor mensen die in 2015 er vanaf hebben gezien om een aanvraag in te dienen, omdat ze – ten onrechte – dachten dat men er toch geen recht op had. Voor die groep lijkt het zinvol om in ieder geval op korte termijn alsnog een aanvraag in te dienen, maar het zou de gemeente Rotterdam sieren als in dit specifieke geval hier soepel mee wordt omgegaan.

Naast de nieuwe verordening individuele inkomenstoeslag,  moet de gemeente Rotterdam als gevolg van een uitspraak van de rechtbank van 31 mei 2016 ook het beleid over de berekening van de commerciële huurprijs voor de toepassing van de kostendelersnorm aanpassen. Daarnaast moet de gemeente naar aanleiding van de uitspraak van de Centrale Raad van 18 mei 2016 ook nog het beleid voor de indicatie op resultaatsgebieden in de WMO aanpassen (zie bericht 24 mei 2016). Op deze onderwerpen komen wij later nog terug, maar de zomerstop is in Rotterdam duidelijk nog niet begonnen.

Onrechtmatig huisbezoek bij studenten

De Centrale Raad van Beroep heeft op 1 juni 2016 een belangrijke uitspraak gedaan in een tweetal zaken over huisbezoeken bij studiefinanciering. Bij de controle of een student uitwonend is, wordt gebruik gemaakt van particuliere bureaus. Deze bureaus zetten eigen medewerkers in om huisbezoeken bij studenten af te leggen, maar er wordt ook gebruik gemaakt van ZZP-ers. De Centrale Raad heeft nu bepaald dat ZZP-ers die door een particulier bureau worden ingeschakeld, niet bevoegd zijn om huisbezoeken af te leggen en niet bevoegd zijn tot het houden van toezicht op de naleving van artikel 1.5 van de Wsf 2000. Het bewijsmateriaal dat tijdens zo’n huisbezoek is verkregen wordt als onrechtmatig verkregen bewijs aangemerkt. Dit leidt ertoe dat in veel zaken de herziening van de studiefinanciering ongedaan moet worden gemaakt en dat boetes ten onrechte zijn opgelegd.

De zaak waarin de controle door gewone medewerkers in vaste dienst van particuliere bureaus is goedgekeurd door de Centrale Raad van Beroep, is door ons kantoor voorgelegd aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

De vindplaatsen zijn: ECLI:NL:CRVB:2016:1997 en 1943.