Centrale Raad van Beroep keurt de kostendelersnorm goed

De Centrale Raad van Beroep heeft op 1 november in een serie uitspraken geoordeeld dat de kostendelersnorm niet in strijd is met internationale verdragen (ECLI:NL:CRVB:2016: 3869-3881). Dat betekent dat de kostendelersnorm in beginsel ook geldt als een broer (2016:3875), een ouder (2016:3879 en 3873) of zorgbehoeftige mensen (2016:3872) bij de bijstandsgerechtigde inwonen.

Op 3 november verscheen echter ook een rapport van de gemeente Amsterdam waaruit blijkt dat veel mensen door de toepassing van de kostendelersnorm  financieel in de problemen komen, omdat zij kosten voor onder andere de zorgverzekering, kleding en persoonlijke verzorging minder kunnen delen met anderen dan waar de regering vanuit was gegaan (Het Parool, 03-11-2016, :”Onderzoek gemeente: Woningdeler in de bijstand houdt te weinig over”).

Ondanks dat de kostendelersnorm geldt, kan de gemeente op grond van artikel 18 van de Participatiewet wel  afwijken van de kostendelersnorm. Dit gebeurt echter alleen in zeer uitzonderlijke situaties (zie: ECLI:NL:RBLIM:2016:6009). De bijstandsgerechtigde zal in ieder geval met een concrete berekening aan moeten tonen dat hij met de kostendelersnorm te weinig overhoudt en dat dit leidt tot een urgentie situatie waardoor van de kostendelersnorm moet worden afgeweken. Overigens zal de ene gemeente daartoe sneller bereid zijn dan de andere.

Betrokkenen kunnen na de uitspraken van de Centrale Raad nog wel een klacht indienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.  Het Hof geeft staten echter meestal een ruime beoordelingsvrijheid in het sociale zekerheidsrecht. Derhalve is de kans klein dat de kostendelersnorm  in strijd met het EVRM blijkt te zijn.  Desalniettemin is het de vraag of in het geval van bijvoorbeeld zorgbehoeftige mensen de kostendelersnorm  niet een disproportioneel middel is ten opzichte van het beoogde doel  (het beheersbaar houden van de overheidsfinanciën). Gemeenten zouden in dat soort situaties minder terughoudend moeten zijn in het toepassen van de mogelijkheid om via artikel 18 af te wijken van de kostendelersnorm.

De kostendelersnorm blijft dus in stand. Gemeenten kunnen in zeer specifieke gevallen wel maatwerk leveren, maar dat kan de kostendelersnorm niet opheffen of veranderen. Hiervoor zal het nieuwe kabinet de wet moeten wijzigen.

Schade: wat nu?

In Nederland is het uitgangspunt dat een ieder zijn eigen schade draagt, tenzij de schade is ontstaan door iemand anders. Als je iemand aansprakelijk wilt stellen met het doel om die persoon op te laten draaien voor jouw schade, dient sprake te zijn van een onrechtmatige daad.

Volgens de wet is er sprake van een onrechtmatige daad als je een ander een verwijt kunt maken over een doen of nalaten waarbij in strijd wordt gehandeld met een wettelijke plicht, of waarbij sprake is van een inbreuk op een recht, of waarbij in strijd wordt gehandeld met gewoonteregels.

Het kan hierbij gaan om een divers aantal schadegevallen zoals letselschade als gevolg van een mishandeling of verkeersongeval, schade als gevolg van een vernieling van goederen, of bijvoorbeeld schade als gevolg van de aankoop van een kat in de zak. In principe kun je allerlei soorten schade die je lijdt op een ander verhalen.

Als je de schade op een ander kunt verhalen, is het van belang dat je zelf bewijs levert van je schade. Zorg er dus voor dat je facturen, (medische) verklaringen en andere stukken zorgvuldig bewaart. Wacht ook niet te lang met het aanspreken van een ander. Je moet namelijk binnen een redelijke tijd de ander op de hoogte stellen dat je schade hebt geleden. Indien je meer dan vijf jaren laat verstrijken voor dat je iemand aansprakelijk stelt, ben je te laat.

Ieder geval is anders en heeft een aparte beoordeling nodig.  Wij kunnen u hierover adviseren. Iedere vrijdagmiddag tussen 13:00 en 15:00 bent u welkom op ons gratis inloopspreekuur, u kunt dan uw vraag voorleggen. U hoeft hiervoor geen afspraak te maken. Uiteraard kunt u ook telefonisch contact met ons opnemen.