De taal van het kind

Niet voor iedereen is het taalgebruik van een rechter goed te begrijpen. Dat is helemaal bij kinderen het geval. De rechtbanken in Utrecht en Rotterdam hebben recent interessante uitspraken gedaan. Niet zo zeer vanwege de juridische inhoud, maar wel vanwege de vorm en het taalgebruik.

De rechtbank is het kind tegemoet gekomen door de uitspraak in een kindvriendelijke taal te schrijven. In de kwestie bij de rechtbank Utrecht had het meisje de rechter de wens voorgelegd om in het vervolg bij haar vader in plaats van bij haar moeder te gaan wonen. Zoals gebruikelijk werd het meisje in de procedure gehoord, maar ze werd niet in het gelijk gesteld en bleef bij haar moeder wonen. De rechter vond het belangrijk dat het meisje de uitspraak goed zou begrijpen en zou weten waarom haar verzoek werd afgewezen. De rechter heeft de uitspraak daarom in een kindvriendelijke taal geschreven.

De rechter heeft bij het schrijven van zijn uitspraak aansluiting gezocht bij het Kinderrechtenverdrag. Zo volgt uit artikel 12 van dit verdrag dat er rekening gehouden moet worden met de mening van het kind, waarbij de leeftijd van het kind en de ontwikkeling een belangrijke rol spelen. Het kind heeft het recht om te weten wat er met zijn mening is gedaan. Dit is nog belangrijker in het geval het kind niet in het gelijk wordt gesteld door de rechter. 

Hopelijk heeft de rechtbank de trend gezet en kiest zij er in de toekomst vaker voor om de uitspraken op een kindvriendelijke wijze uit te leggen.

Mag de gemeente het pgb maximeren?

Sinds 2015 verstrekken gemeenten pgb’s om zorg in te kopen in het kader van de WMO en de Jeugdwet. Het gaat dan bijvoorbeeld om begeleiding in het kader van het persoonlijk en sociaal functioneren of dagbesteding. Veel gemeenten hebben er ook voor gekozen om pgb’s  aan een maximumbedrag per jaar te binden.

Zo had het Drechtstedenbestuur een pgb voor 6 uur per week professionele begeleiding gemaximaliseerd tor een bedrag van € 10.282.- per jaar. Dat leverde voor de betrokkene een probleem op, omdat de zorgverlener een  uurtarief van € 63,- in rekening bracht. De benodigde zorg kost dan  per jaar  in totaal € 19.656. Het toegekende pgb is dan ontoereikend om de benodigde zorg in te kunnen kopen.  In de praktijk komt het voor dat als het pgb op een te laag bedrag is vastgesteld mensen minder zorg gaan inkopen om geld te besparen. Dat is niet wenselijk, omdat het afbreuk doet aan de effectiviteit van de zorg.

In de bovenstaande zaak heeft de rechtbank Rotterdam in punt 10 van de uitspraak van 20 april 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:2935) een middenweg bewandeld door enerzijds te overwegen dat het college een maximum mag stellen aan een pgb, maar dat uiteindelijk een pgb wel toereikend moet zijn om de benodigde zorg in te kunnen kopen.  Anders zouden cliënten gedwongen worden te kiezen voor zorg in natura (ZIN), terwijl zij via het pgb zelf de regie over hun leven willen blijven voeren (zie ook ECLI:NL:RBNHO:2017:293). De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, maar heeft in de uitspraak niet vastgesteld waar in deze zaak concreet de grens ligt.

Het Drechtstedenbestuur heeft in een nieuw besluit op bezwaar zich hier nog eens over moeten buigen en heeft uiteindelijk het tarief op € 63,-per uur bepaald. Het Drechtstedenbestuur heeft in het nieuwe besluit echter niet toegelicht waarom dit bedrag een acceptabel tarief is. In deze zaak is dit voor de betrokkene voldoende, maar bij het vaststellen van een maximum aan een pgb zal het bestuur rekening moeten houden met wat in de praktijk een redelijk en gebruikelijk tarief is. Het bestuur kan niet willekeurig een maximum bedrag vaststellen, maar zal zorgvuldig moeten onderzoeken wat een redelijk tarief is. Het bestuur kan zich daarbij niet alleen baseren op budgettaire kaders (zie ook ECLI:NL:CRVB:2016:1403).

Iemand die daartoe in staat is mag dus op grond van artikel 2.3.6 lid 1 WMO in beginsel zelf via een pgb zorg inkopen. Dat houdt dus in dat gemeenten burgers niet kunnen verplichten om ZIN af te nemen. Ook niet als de kosten voor een pgb hoger liggen dan de kosten die de gemeenten voor de zorg in natura hebben bedongen. Het zal ook van de omstandigheden afhangen of de gemeente bijvoorbeeld het pgb kan maximeren tot het tarief  van een goedkopere vergelijkbare  zorgaanbieder.

Rotterdam
In Rotterdam staat bijvoorbeeld in artikel 25 van de verordening MO dat het pgb dat bestemd is voor de inkoop van dienstverlening door een professionele organisatie die gericht is op de verlening van deze ondersteuning  90% bedraagt de kostprijs van een vergelijkbare maatwerkvoorziening in natura. In bijzondere gevallen waarin sprake is van complexe zorg kan weliswaar een hoger pgb worden vastgesteld, maat het is de vraag of het pgb op basis van deze regels in alle gevallen voor de betrokkene toereikend zal zijn om de benodigde zorg in te kunnen kopen.

Het is overigens in de praktijk niet eenvoudig om te berekenen op hoeveel pgb de eiser in de Drechtstedenzaak in Rotterdam recht zou hebben gehad, omdat de Drechtsteden de zorg in uren indiceert en Rotterdam met resultaatsgebieden werkt. 6 uur professionele begeleiding is in Rotterdam vergelijkbaar met trede 4 (midden/intensief) van het resultaatsgebied persoonlijk en sociaal functioneren. Op grond van bijlage 1 van de regeling WMO 2015 zou dat een maximaal pgb opleveren  van € 190,34 per week. Dat komt uit op een bedrag van € 9.935,- per jaar. Dat zou dus ongeveer € 350,- lager zijn dan het maximale pgb dat in de Drechtsteden werd toegekend. Het pgb was voor de persoon in kwestie in de Drechtsteden niet voldoende om de benodigde zorg in te kunnen kopen, maar dat zou in Rotterdam dus waarschijnlijk ook het geval zijn geweest.

Wat te doen?
De gemeente mag een pgb maximeren, maar de WMO is maatwerk en dat geldt dus ook voor de vaststelling van het maximale pgb. Als u denkt dat het aan u toegekende pgb te laag is dan kunt u bezwaar maken tegen het besluit waarin het is toegekend. Als u dat niet heeft gedaan en u merkt dat het pgb sneller opraakt dan u had verwacht dan kunt u bij de gemeente ook een herzieningsverzoek doen om het pgb te verhogen. U loopt dan wel het risico dat uw juridische speelruimte beperkter is. Direct bezwaar maken heeft daarom de voorkeur.

Als u problemen heeft met de gemeente over de hoogte van het pgb  of hier vragen over heeft dan kunt u overleggen met Marieke Hartkoorn, Mark Hüsen  of Jacqueline Nieuwstraten.
Bijstand in bezwaar- en beroepsprocedures is uiteraard ook mogelijk.