Wajong: Wie thuis afwast, heeft arbeidsvermogen? (deel II)

De Wajong 2015 is al weer ruim twee jaar van kracht en het UWV heeft de herbeoordeling van het zittend bestand op het al dan niet hebben van arbeidsvermogen bijna afgerond.

Afronding herbeoordeling zittend bestand
Het UWV gaat mensen van wie per 1 januari 2018 de uitkering wordt verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon voor die datum hierover nogmaals per brief informeren. Wie eerder geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit om de uitkering te verlagen, kan waarschijnlijk tegen deze brief niet alsnog bezwaar maken. De brief is namelijk een herhaling van een al eerder genomen besluit. Omdat de verlaging per 1 januari 2018 ingaat, is het wel mogelijk om bij het UWV een herzieningsverzoek te doen. Zo’n verzoek moet wel ondersteund worden met informatie van een arts en van bijvoorbeeld een begeleider die nog niet eerder door het UWV is beoordeeld.

Het kostte het UWV overigens wel meer tijd dan verwacht om de herbeoordelingen uit te voeren. Daarom is de groep van Wajongers die geboren is voor 1 januari 1968 op basis van een beperkter aantal criteria voorlopig ingedeeld. In de praktijk houdt dat in dat van deze groep alleen zij die arbeid verrichten, inkomen als zelfstandige hebben of een re-integratietraject een voorlopige indeling ‘arbeidsvermogen’ hebben ontvangen. Hoewel dit een voorlopige indeling betrof, verandert deze doorgaans niet als de Wajonger niet protesteert. Dat houdt in de praktijk in dat wie een voorlopige indeling ‘geen arbeidsvermogen’ gekregen heeft in dat geval niet te maken krijgt met een verlaging van de uitkering in 2018. Het UWV heeft ook berekend dat door deze verandering in de werkwijze het aantal Wajongers dat geen arbeidsvermogen heeft hoger uit zal vallen dan aanvankelijk was gedacht (Kamerstuk 34352, nr. 50) De staatssecretaris stelt  dat deze wijziging in de herindelingscriteria geen ongeoorloofd onderscheid naar leeftijd oplevert (26448,nr. 583 en 585), omdat onder andere de kans op arbeidsvermogen hoe dan ook kleiner wordt als mensen ouder worden. Op welke objectieve criteria de staatssecretaris dat oordeel heeft gebaseerd, is niet duidelijk. De rechter zal hierover moeten oordelen als iemand die na 1967 is geboren een beroep op ongerechtvaardigde discriminatie doet.

Eerste jurisprudentie over de Wajong 2015
Intussen zijn de eerste uitspraken van rechtbanken over de Wajong 2015 verschenen. De uitspraken laten zien dat het niet eenvoudig is om een zaak onder de Wajong 2015 te winnen, maar rechtbanken vinden het bijvoorbeeld wel belangrijk dat verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de stappen goed doorlopen. Dat geldt vooral bij de beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen. (Dat is voor de herbeoordeling van het zittend bestand overigens niet van belang).

ECLI:NL:RBDHA:2017:5976
De beoordeling van de duurzaamheid van de afwezigheid van arbeidsvermogen is in beginsel een zaak voor verzekeringsarts en arbeidsdeskundige samen (p. 72 Compendium). Zij moeten bijvoorbeeld beoordelen met welke begeleiding kan worden bewerkstelligd dat iemand beschikt over bijvoorbeeld basale werknemersvaardigheden.

Het UWV moet ook weergeven op welke aspecten wel en op welke geen ontwikkeling valt te verwachten.

ECLI:NL:RBGEL:2017:3651
Het UWV heeft geen aandacht gegeven aan structurele gedragsproblematiek en ook is onduidelijk of de indicatiestelling van het CIZ bij de voorbereiding van het besluit is betrokken.  Het UWV moet dat alsnog doen. (In de einduitspraak ECLI:NL:RBGEL:2017:4843 heeft de rechtbank alsnog een Wajong-uitkering toegekend.

ECLI:NL:RBNHO:2017:2870
Dat bij een licht verstandelijke beperking in het algemeen, ook na het 18e jaar, groei is te verwachten, is een te algemene overweging. In de afwegingen is ook niet duidelijk betrokken wat het huidige niveau/achterstand is en wat de te verwachten mogelijkheden tot verbetering van de arbeidsmogelijkheden in de  toekomst zijn (met het oog op een herbeoordeling in de toekomst).

ECLI:NL:RBNNE:2017:569
De verzekeringsarts  moet de belastbaarheid van de jongere volledig in kaart brengen. De overweging dat PTSS behandelbaar is niet genoeg om te concluderen dat er geen sprake is van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.

Overigens kan de kans op succes in een procedure worden vergroot  als een medisch deskundige rapporteert. Let echter op dat het feit dat iemand een medisch deskundige niet zelf kan betalen voor de rechtbank nog geen reden is om zelf een deskundige te benoemen (zie: ECLI:NLRBNNE:2017:3309).  Het is daarom verstandig om in bezwaar en beroep  in ieder geval informatie van behandelend artsen en begeleiders te overleggen of anders uit te leggen dat concrete pogingen zijn ondernomen  om meer informatie te verkrijgen.

De methode SMBA en het Compendium Participatiewet
De rechtbanken accepteren vooralsnog de SMBA-methode die het UWV heeft ontwikkeld om de Wajong 2015 toe te passen en ook de inhoud van het Compendium Participatiewet.

ECLI:NL:RBOBR:2017:1707
Het gebruik van het methode ondersteunend instrument (MOI)  ter motivering van een besluit is niet verplicht. Omdat uiteindelijk de resultaten in de rapportages van het UWV worden opgenomen is de motivering van het besluit inzichtelijk. Het Compendium is slechts een werkinstructie en geen dwingend voorgeschreven beleid.

Het gevolg hiervan is dat bijvoorbeeld snel wordt aangenomen dat iemand over basale werknemersvaardigheden beschikt doordat hij bijvoorbeeld een VMBO opleiding heeft afgerond (zie: ECLI:NL:RBOBR:2017:1707) of enkele maanden stage gelopen heeft (zie: ECLI:NL:RBOBR:2017:1708). Rechtbanken nemen aan dat iemand dan opdrachten begrijpt, onthoudt en kan uitvoeren.

Ook wordt vrij snel aangenomen dat iemand een uur zonder noemenswaardige onderbreking kan werken. Zo overwoog bijvoorbeeld de rechtbank Oost Brabant dat uit de dagbesteding niet  blijkt dat sprake is van een substantiële onderbreking van het productieproces die vaker dan een keer per uur voorkomt en dat eiseres zich tijdens de gesprek met de verzekeringsarts goed kon concentreren en de aandacht kon vasthouden (zie: ECLI:NLRBOBR:2017:4778).

Is gedrag geen basale werknemersvaardigheid?
Op de inhoud van het Compendium is echter wel wat af te dingen. Zo rekent het UWV bijvoorbeeld  gedrag niet tot een basale werknemersvaardigheid (pag. 46). Het UWV meent dat het niet mogelijk is om hierover algemene uitspraken te doen, omdat in elke arbeidsorganisatie gelden er weer andere expliciete en impliciete afspraken gelden. Het gevolg daarvan is dat het aspect gedrag in de beoordeling nauwelijks aan bod komt, terwijl er Wajongers zijn die in de praktijk moeite hebben om te functioneren  op een stage- of werkplek.  Aan de hand van bijvoorbeeld de drempelfuncties uit het CBBS en de taken die voorkomen in de stages in het praktijkonderwijs  zou het mogelijk moeten zijn om een objectieve ondergrens vast te stellen van gedragseisen  waaraan men in ieder geval moet voldoen om te kunnen spreken van arbeidsvermogen.

Voor wat betreft het een uur aaneengesloten kunnen werken neemt het UWV in de praktijk aan dat  alleen ernstige cognitieve stoornissen een reden geven om te oordelen dat iemand zich niet een uur aaneengesloten zou kunnen concentreren (pag. 55-59).  Waarom zou echter iemand als gevolg van bijvoorbeeld visusklachten bij voorbaat in staat zijn om zich een uur aaneengesloten te kunnen concentreren? Het UWV laat dit nu in de praktijk ten onrechte buiten beschouwing.

Conclusie
Uiteindelijk zal de Centrale Raad van Beroep moeten oordelen of het UWV op een juiste wijze de Wajong 2015 en de herbeoordeling uitvoert. De vraag is of de criteria die het UWV heeft ontwikkeld wel objectief en helder genoeg zijn.  Uiteindelijk  moet er wel rekening mee worden gehouden dat aan de Wajong 2015 en de Participatiewet de politieke keuze ten grondslag ligt om de gemeenten leidend te laten zijn in de re-integratie van mensen met beperkte arbeidsmogelijkheden en dat daardoor de Wajong alleen blijft bestaan voor mensen die geen arbeidsvermogen hebben (29544, nr. 539, p. 11-12). Zij die wel arbeidsvermogen hebben zijn dan aangewezen op bijvoorbeeld beschut werk of re-integratie via een jobcoach of loonkostensubsidie.

In een later artikel zal ik hierop verder ingaan.  Als u vragen heeft over een besluit op uw aanvraag voor een Wajong-uitkering of over de herbeoordeling dan kunt u contact opnemen met Mark Hüsen (m.husen@advokatenkollektief.com). Klik hier om deel I van deze uiteenzetting te lezen.