Wajong 2015: Arbeidsvermogen, wat nu?

Nadat in 2015 de Participatiewet is ingevoerd heeft het UWV de herbeoordeling van de mensen die voor 2015 al Wajong ontvingen eind 2017 afgerond. Eind vorig jaar heeft de Tweede Kamer de motie Van Dijk (Kamerstuk 34352, 70) verworpen waarna de verlaging van de Wajong per 1 januari 2018 is doorgegaan.

Resultaten:  120.000 van de 236.000 Wajongers  zijn geplaatst in groep arbeidsvermogen (waarvan ca. 72.000 oWajong, zie: 34352, 76, p. 18).

Dat houdt in dat ca. 116.000 Wajongers geen arbeidsvermogen hebben. Dat aantal is hoger dan verwacht. De regering ging in 2014 van circa 82.000 uit (33161, nr E , P. 44). Bij de eerste voorlopige indeling in 2015 op basis van de dossiers hadden overigens 155.000 Wajongers arbeidsvermogen en 67.000 geen  (33161, nr. 197).

Circa 1 % heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve indeling.

De oWajongers met arbeidsvermogen zijn overgedragen aan het UWV Werkbedrijf. In 2017 zijn met 24.000 oWajongers die arbeidsvermogen hebben, maar geen baan hebben of een re-integratietraject volgen startgesprekken gevoerd om een klantprofiel te maken voor de banenafspraak en om de re-integratiemogelijkheden in kaart te brengen. Oude Wajongers hebben recht op ondersteuning door het UWV, maar kunnen er ook vanaf zien (34352,nr. 76, p. 17-18).

Uit de januarinota 2018 van het UWV blijkt dat de instroom in de Wajong in 2015 2.300 bedroeg. In 2017 en 2018 verwacht het UWV een instroom van 2.900 per jaar. Dat is exclusief heropeningen van uitkeringen van voor 2015.

Het toekenningspercentage gedaald van 60% naar ca 25% van de aanvragen (zie ook rapport arbeidsvermogen Wajong, UWV 2016, 34352,nr. 57). De Instroom is vanaf 2015 wel gelijk aan de toekenning van inkomensondersteuning op grond van de Wajong 2010. Daarvoor gold reeds duurzaam volledig arbeidsongeschikt zijn als eis. Die toetsing leek al op de Wajong 2015 (maar wel zonder de beoordeling op arbeidsvermogen ).

Indicatie banenafspraak
Een Wajonger met arbeidsvermogen zal met de herbeoordeling doorgaans ook een indicatie banenafspraak hebben gekregen. Deze indicatie is een verklaring dat iemand wel kan werken, maar wegens ziekte of gebrek niet in staat is om zelfstandig het minimumloon te verdienen.

Via de wet banenafspraak wil de regering proberen is de arbeidsdeelname van mensen met een arbeidsbeperking te verhogen.

Naast Wajongers met arbeidsvermogen vallen hier onder:
⁃ Afgewezen Wajongers 2015 die echter niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen;
⁃ Wsw indicatie (peildatum 1-1-2013);
⁃ mensen met voorheen een Wiw/ID-baan  (peildatum 1-1-2013) .

Het doel van de wet banenafspraak is om 125.000 extra banen in 2025, maar het aantal Wajongers met arbeidsvermogen is al bijna zo groot.  Daarom is niet  voor iedereen een baan beschikbaar.

Als de werkgevers de afspraak niet nakomen  zal er een extra heffing worden opgelegd. Uit een eerste tussenstand bleek in 2017 dat de overheidswerkgevers nog achterop liggen, maar dat overige werkgevers het tot nu toe voldoende doen (33981, J).

De indicatie is bedoeld om te meten of de afspraak gehaald wordt en geen voorziening  waarmee  mensen  direct een baan wordt aangeboden.  Dit is anders met de indicatie beschut werk.

Beschut werk en arbeidsvermogen
Sinds 1 januari 2015 kunnen geen Wsw-indicaties worden aangevraagd en krijgen mensen die op de wachtlijst stonden geen baan meer aangeboden. Mensen die met een geldige Wsw-indicatie aan het werk waren behielden deze indicatie voor de duur van deze indicatie.

Omdat gemeenten vanaf 2015 nauwelijks beschutte werkplekken creëerden,  Kunnen per 1 januari 2017 burgers bij het UWV een beoordeling voor beschut werk aanvragen. Bij een positief besluit moet de gemeente een werkplek aanbieden tot een maximaal door de minister vastgesteld aantal plaatsen per jaar (In Rotterdam zijn dat in 2018 maximaal 172 plaatsen).  De meeste gemeenten hebben het sociale werkvoorziening aangewezen om het beschut werk uit te voeren, maar dat is niet verplicht. In Rotterdam is dat wel het geval.

Het beschut werk is overigens bedoeld voor mensen die in een reguliere werkplek niet kunnen werken en daarom aangewezen zijn op beschut werk. Grofweg is dat vergelijkbaar met hen die onder de Wsw ‘binnen’  moesten werken (34352, nr. 58, p.11 e.v.).  Voor de andere groep is de indicatie banenafspraak bedoeld. Mensen die met een Wsw-indicatie op de wachtlijst stonden (ca. 11.000 aldus de staatssecretaris ) maar geen contract meer krijgen aangeboden, kunnen een indicatie beschut werk aanvragen. De doelgroep hiervoor is echter beperkter dan de Wsw voor 2015 zodat het niet vanzelfsprekend is dat men voor beschut werk in aanmerking komt. Voor verdere info: www.beschutaandebak.nl

Het UWV vat arbeidsvermogen op als het kunnen verrichten van activiteiten waarvoor een werkgever wil betalen (Compendium Participatiewet, p. 24). Bij beschut werk lijkt daarvan nu juist geen sprake te zijn, omdat aangenomen wordt dat mensen die op beschut werk zijn aangewezen niet op een reguliere werkplek kunnen werken. Desondanks wordt in uitspraken een Wajong uitkering afgewezen of is de uitkering verlaagd, omdat via de participatievoorziening beschut werk een jongere geacht wordt over arbeidsvermogen te beschikken (ECLI:NL:RBOBR:2017:4778, ECLI:NL:CRVB:2017:2994).

Nieuwe doelgroep in de Participatiewet
Met de invoering van de Participatiewet krijgen de sociale diensten te maken met een nieuwe doelgroep. Dat zijn jongeren die voor 2015 Wajong zouden hebben gekregen, maar nu dus een beroep doen op bijstand. Re-integratie van deze groep is een flinke opgave. Tijdens rondetafelconferentie met staatssecretaris Klijnsma pleitten wethouders voor een hoger participatiebudget, omdat het  nu ontoereikend is om iedereen naar werk te begeleiden (34352, 58, p. 6-7).

Uit de monitor W&I van de gemeente Rotterdam (kenmerk: 18bb1939) blijkt dat de instroom van jongeren met een vermoedelijk verminderde loonwaarde – jongeren die voor 2015 mogelijk Wajong zouden hebben gekregen – is gedaald van 319 in 2016 naar 231 in 2017. Omdat de  instroom in de Wajong vanaf 2015 fors is gedaald, lijken deze aantallen niet heel erg hoog. De regering ging er in 2015 vanuit dat vanaf 2015 per jaar zo’n 10.000 mensen extra de bijstand instromen (33981, nr. 3, p.10). Dat roept de vraag op hoe groot de groep jongeren is die bijstand aanvraagt of daar geen recht op heeft. Sowieso is het interessant om te volgen in hoeverre de gemeente Rotterdam er in slaagt deze groep aan de slag te krijgen en te houden. Een probleem is vooral dat werkgevers  minder bereid zijn  om mensen met psychische beperkingen in dienst te nemen. Zeker bij kleine werkgevers is dat het geval (34352, nr. 76, p.9-10).

Nieuw kabinet: Loondispensatie in plaats van loonkostensubsidie
In de  brief van 14 december 2017 (34352, 77) heeft de nieuwe staatssecretaris Van Ark de contouren geschetst voor de loondispensatie en in de hoofdlijnennotitie van 27 maart 2018 is dit verder uitgewerkt (34352, 98). Het wetsvoorstel moet overigens nog worden ingediend en zal pas in de loop van 2019 in werking treden. Bestaande arbeidsrelaties met loonkostensubsidie zullen worden gerespecteerd.

Kort gezegd is het de bedoeling dat iemand minder gaat verdienen dan het minimumloon en een aanvulling krijgt tot het netto minimumloon. De regering kiest hiermee voor een systeem van loondispensatie dat in de Wajong voor 2015 ook al bestond. Er zijn echter wel verschillen, omdat in de Wajong gewerkt wordt met het bruto inkomen en de Wajong anders dan de Participatiewet geen rekening houdt met vermogen en het eventuele inkomen van een partner. Ook de kostendelersnorm komt in de Wajong niet voor. De regering kiest er vooralsnog niet voor om ook het inkomen aan te vullen van de niet bijstandsgerechtigde met verminderde loonwaarde. Dat kost geld dat men liever uitheeft aan extra beschut werk.

Conclusie
De komende jaren zal moeten blijken of het gaat lukken om een inclusieve arbeidsmarkt te realiseren waarbij mensen met een arbeidsbeperking daadwerkelijk mee kunnen of dat het bij vrome wensen blijft en veel jongeren met een arbeidsvermogen zonder Wajong uiteindelijk in het ijzeren bestand van de sociale dienst belanden.  In dat geval is het overigens de vraag of een jongere op grond van Art 1::1 lid 3 Wajong eerst  10 jaar moet  wachten of dat al eerder alsnog recht op Wajong kan ontstaan.

Aan participatiewet lag de verwachting ten grondslag dat werkgevers mensen met een arbeidsbeperking in dienst gaan nemen. In dat kader is de Wsw gestopt en zijn ook de zittende Wajongers herbeoordeeld. Wsw-ers zijn weliswaar niet herbeoordeeld, maar SW-bedrijven verkeren door bezuinigingen wel in financieel zwaar weer (zie de uitzending van Zembla van 4 april 2018). Mensen zijn wat dat betreft met voldongen feiten geconfronteerd op basis van verwachtingen waarvan onzeker is of deze ook realistisch zullen zijn.

Recent heeft de Centrale Raad van Beroep een eerste uitspraak gedaan de nieuwe Wajong en de werkwijze van het UWV zoals vastgelegd in het compendium Participatiewet. Het gaat hierin vooral over de beoordeling van de mogelijkheid om arbeidsvermogen te kunnen ontwikkelen (ECLI:NL:CRVB:2018:1018). Hierop zal ik in een later stuk terugkomen.