Mondkapje

Inloopspreekuur voorlopig weer gestopt

Door de toename van het aantal besmettingen met het coronavirus in Rotterdam hebben wij helaas het gratis inloopspreekuur op vrijdagmiddag opnieuw moeten stoppen. De belangstelling voor het inloopspreekuur is zo groot dat wij niet kunnen garanderen dat bezoekers van het inloopspreekuur de 1,5 m afstand tussen elkaar kunnen bewaren. Wij willen niet het risico lopen dat dit inloopspreekuur een bron van besmetting met het coronavirus kan worden. Zodra dat mogelijk en veilig is, zullen wij het gratis inloopspreekuur weer openen.

In plaats van het inloopspreekuur kunt u uw juridische vragen telefonisch op nummer 010 465 09 66 (elke werkdag tussen 9.30 en 12.30 uur en tussen 13.00 en 15.00 uur) aan ons voorleggen. Wij zullen dan gratis in een kort telefonisch adviesgesprek uw vragen beantwoorden of met u een aparte afspraak maken op kantoor of u doorverwijzen naar de juiste instantie.

Mondkapje

Gratis inloopspreekuur hervat vanaf 12 juni

Vanwege de coronacrisis moesten wij ons gratis inloopspreekuur(iedere vrijdagmiddag van 13.00 tot 15.00 uur) even stilleggen. Maar het kan nu weer vanaf 12 juni.

Onze receptie is niet zo groot. Kom dus bij voorkeur alleen.

Misschien kan uw vraag telefonisch beantwoord worden. Bel dan 010-465 09 66 of rechtstreeks een van onze advocaten, hun doorkiesnummers staan bij op hun webpagina’s vermeld.

De taal van het kind

Niet voor iedereen is het taalgebruik van een rechter goed te begrijpen. Dat is helemaal bij kinderen het geval. De rechtbanken in Utrecht en Rotterdam hebben recent interessante uitspraken gedaan. Niet zo zeer vanwege de juridische inhoud, maar wel vanwege de vorm en het taalgebruik.

De rechtbank is het kind tegemoet gekomen door de uitspraak in een kindvriendelijke taal te schrijven. In de kwestie bij de rechtbank Utrecht had het meisje de rechter de wens voorgelegd om in het vervolg bij haar vader in plaats van bij haar moeder te gaan wonen. Zoals gebruikelijk werd het meisje in de procedure gehoord, maar ze werd niet in het gelijk gesteld en bleef bij haar moeder wonen. De rechter vond het belangrijk dat het meisje de uitspraak goed zou begrijpen en zou weten waarom haar verzoek werd afgewezen. De rechter heeft de uitspraak daarom in een kindvriendelijke taal geschreven.

De rechter heeft bij het schrijven van zijn uitspraak aansluiting gezocht bij het Kinderrechtenverdrag. Zo volgt uit artikel 12 van dit verdrag dat er rekening gehouden moet worden met de mening van het kind, waarbij de leeftijd van het kind en de ontwikkeling een belangrijke rol spelen. Het kind heeft het recht om te weten wat er met zijn mening is gedaan. Dit is nog belangrijker in het geval het kind niet in het gelijk wordt gesteld door de rechter. 

Hopelijk heeft de rechtbank de trend gezet en kiest zij er in de toekomst vaker voor om de uitspraken op een kindvriendelijke wijze uit te leggen.

Onderhoud aan huurwoning, vergoeding voor huurder?

Soms moet aan huurwoningen groot onderhoud gepleegd worden, bijvoorbeeld het vervangen van de kozijnen of het herstellen van de fundering. In Rotterdam is dat laatste een veel voorkomend probleem. Doorgaans is de huurder wettelijk verplicht aan de uitvoering van groot onderhoud mee te werken en het is vaak niet mogelijk in de woning te blijven tijdens de werkzaamheden.

Onze cliënten in de Provenierswijk huren een benedenwoning. De fundering van de woning moet hersteld worden en dit is ingrijpend: de hele vloer moet eruit en de werkzaamheden duren enkele maanden. Onze cliënten kunnen tijdens de werkzaamheden niet in de woning blijven wonen. Woningstichting Havensteder biedt daarom een wisselwoning aan en een vergoeding voor de kosten die de huurders moeten maken en het ongemak dat zij ervaren. Deze vergoeding was echter zeer gering.

Het ongenoegen bij de huurders was groot. Voor de aangeboden paar honderd euro konden onze cliënten de woning niet opnieuw inrichten, ze hadden immers nieuwe vloerbedekking, gordijnen, stoffering e.d. nodig. Havensteder was niet te bewegen tot betaling van een fatsoenlijk bedrag. De reactie van de huurders was duidelijk: die bleven zitten en zouden via de rechter een hogere vergoeding eisen.

Daarop spande Havensteder een kort geding aan. Daar schrokken de huurders niet van. Uiteindelijk, op het allerlaatste moment, bleek Havensteder bereid tot betaling van een fatsoenlijk bedrag van € 4.000. Daar waren de huurders tevreden mee en de rechtszaak werd afgeblazen.

Let op! Bij renovatie of ingrijpende verbouwing/verbetering van de woning, heeft de huurder recht op de wettelijke vergoeding, die rond de € 5.900 ligt.
Heb je hiermee te maken, of heb je hier vragen over, neem dan vrijblijvend contact met ons op, of bezoek ons gratis open spreekuur op vrijdagmiddagen van 13.00 tot 15.00 uur.

Huurcontract voor bepaalde tijd

Sinds een jaar mogen huisbazen die geen woningcorporatie zijn, een eerste huurcontract sluiten voor een korte tijd.

De korte tijd in het huurcontact mag maximaal twee jaar zijn, voor de huur van kamers geldt een maximale tijd van vijf jaar. In het huurcontract moet beschreven zijn hoe lang het contact duurt, voor zelfstandige woningen niet langer dan twee jaar.

De huisbaas kan het tijdelijke huurcontract niet tussentijds beëindigen. Het tijdelijk contract eindigt (van rechtswege) als de in het contract beschreven huurtermijn is geëindigd.

In de periode tussen drie maanden en een maand vóór het afgesproken einde van het huurcontract moet de huisbaas aan de huurder schriftelijk melden dat het huurcontract eindigt. Als de huisbaas dat niet doet, ontstaat er automatisch een huurcontract voor onbepaalde tijd, die alleen maar kan eindigen als de rechter dat heeft beslist.

Als de huisbaas na afloop van de afgesproken huurperiode een nieuw huurcontract aanbiedt, moet dat een huurcontract voor onbepaalde tijd zijn. Als de huisbaas geen nieuw huurcontract aanbiedt, maar de huur gewoon blijft doorlopen, dan ontstaat er ook een huurcontract voor onbepaalde tijd. Het huurcontract kan daarna alleen eindigen als de rechter dat heeft beslist.

Als het tijdelijke huurcontact voor korte tijd is verlopen terwijl de huurder in woning blijft wonen en huur blijft betalen, dan ontstaat er ook een huurcontract voor onbepaalde tijd. Het huurcontract kan dan ook alleen eindigen als de rechter dat heeft beslist.

Als de huurder het tijdelijke huurcontract tussentijds wil opzeggen, kan dat wel. Hij heeft dan alleen te maken met een opzegtermijn van minimaal een maand.

De “automatische” huwelijksgoederengemeenschap gaat op de schop!

Als u in Nederland trouwt zonder dat u huwelijkse voorwaarden maakt, trouwt u in algehele gemeenschap van goederen. Dat houdt in dat al het privé vermogen dat u voor uw huwelijk had en al het privé vermogen van uw partner van voor het huwelijk, gemeenschappelijk wordt. De algehele gemeenschap van goederen gaat op de schop.

Gemeenschap van goederen

In de Eerste Kamer is een wet aangenomen waarin het systeem van de algehele gemeenschap van goederen wordt aangepast. Hoe komt het nieuwe systeem er dan uit te zien? In principe blijft alles wat u voor het huwelijk had van uzelf. Dit geldt voor zowel de goederen als voor de schulden. Had u voor het huwelijk in privé een woning op uw naam staan, dan valt de woning niet in de gemeenschap. Dit betekent dat na scheiding de woning aan u toekomt. Er geldt wel een belangrijke uitzondering: de goederen die u voor het huwelijk samen hebt gekocht, blijven na de huwelijkssluiting ook van u samen. Hetzelfde geldt voor schulden (bijv. een hypotheek) die u samen bent aangegaan. Alle goederen die u na huwelijkssluiting koopt en alle schulden na huwelijkssluiting, worden wel automatisch van u samen. Dat verandert dus niet.

Schenkingen

Een andere grote verandering is dat een eventuele erfenis of schenking die u van iemand ontvangt, niet meer automatisch van u samen wordt als u getrouwd bent. Willen uw ouders dat het geschonken bedrag van u privé blijft, dan moeten de ouders in het huidige systeem een zogeheten “uitsluitingsclausule” in een testament laten vastleggen. Met die uitsluitingsclausule wordt voorkomen dat het geldbedrag van u en uw partner gezamenlijk wordt.

In het nieuwe systeem wordt dit omgedraaid. De schenking die u ontvangt blijft van u privé. Het maakt daarbij niet uit of u bent getrouwd of niet. Stel dat de schenker graag wil dat u en uw partner gezamenlijk een geldbedrag krijgen, dan moet de schenker dat uitdrukkelijk aangeven. De uitsluitingsclausule, wordt dus een insluitingsclausule.

Wat zijn voor u de gevolgen?

De exacte ingangsdatum van het nieuwe systeem is nog niet bekend. Wel staat vast dat voor alle bestaande huwelijken, waarbij geen huwelijkse voorwaarden zijn afgesloten, het oude systeem van de “algehele wettelijke gemeenschap van goederen” van kracht blijft. Treedt u binnenkort in het huwelijksbootje, sta er dan in elk geval bij stil wat de wetswijziging voor u kan betekenen. Heeft u vragen over de aanstaande wetswijziging dan kunt u vrijblijvend contact met ons kantoor opnemen.

Het recht op vrije advocaatkeuze

Het Advokatenkollektief Rotterdam treedt veel op voor mensen die een advocaat niet zelf kunnen betalen. De overheid kan dan subsidie verlenen voor de advocaatkosten, dat wordt een toevoeging genoemd. Meestal moet de cliënt een eigen bijdrage betalen, afhankelijk van de hoogte van het inkomen.

In de volksmond wordt dit ook wel een pro deo advocaat genoemd. Pro deo is Latijn en betekent letterlijk voor God, geen salaris dus. De term pro deo advocaat klopt niet helemaal voor een advocaat die op toevoegingsbasis werkt. Veel maakt dat niet uit, duidelijk is wat met die term wordt bedoeld.

Tegenwoordig hebben ook veel mensen een rechtsbijstandverzekering afgesloten. Als er moet worden geprocedeerd, heeft zo’n verzekerde het recht op vrije advocaatkeuze, de verzekerde mag de advocaat zelf uitkiezen. De verzekerde is dan dus niet verplicht om de advocaat te nemen die de verzekeraar voorstelt. Dat geldt voor een advocaat/jurist die bij de verzekeraar in dienst is, maar ook voor een externe advocaat.

Het is dus goed om u af te vragen of u wilt dat uw zaak door de voorgestelde advocaat/jurist wordt behandeld, of dat u zelf een advocaat wilt uitzoeken. Een goede vertrouwensrelatie en een goede samenwerking zijn van belang voor het verloop van de procedure. U heeft het recht om op zoek te gaan naar een advocaat die bij u past.

Uithuisplaatsing kinderen zonder goedkeuring van de rechter

Steeds vaker komt het voor dat, indien hulpverleningsinstanties grote zorgen hebben over de veiligheid van kinderen, ouders worden bewogen om vrijwillig mee te werken aan de uithuisplaatsing van hun kinderen. In Rotterdam gebeurt dit vaak in het kader van een zogenaamd “drangtraject” en wordt de beslissing tot het inzetten van hulpverlening onder drang gemaakt door het Jeugdbeschermingsplein. In de regio Haaglanden noemt men de inzet van hulpverlening bij ernstige zorgen zonder rechterlijke toetsing “preventieve jeugdbescherming”.

Als ouders en kind goed samenwerken met de hulpverleningsinstanties en zich hierbij gesterkt voelen is goede en eventueel intensieve vrijwillige hulpverlening te prevaleren boven het zogenaamde ‘gedwongen kader’. Onder omstandigheden kan een tijdelijke vrijwillige uithuisplaatsing aangewezen zijn.

Ik maak mij zorgen over de mate waarin ouders vrijwillig toestemming geven voor een uithuisplaatsing. Veel cliënten handelen vanuit een angst dat, als de situatie wordt voorgelegd aan de kinderrechter, dit het allemaal alleen maar erger maakt. Die angst is vaak onterecht. De kinderrechter is er nu juist om te beoordelen wat er aan de hand is en hoort daarbij zowel de ouders als de hulpverlening. Ouders (en kinderen vanaf 12 jaar) hebben het recht gehoord te worden en het recht zelf stukken of een plan van aanpak in te dienen, om te laten zien dat zij het niet eens zijn met de gestelde zorgen. Zij hebben ook het recht andere, minder heftige alternatieven naar voren te brengen om de situatie op te lossen.

Binnen een juridisch kader van bijvoorbeeld de ondertoezichtstelling hebben ouders naast plichten ook diverse rechten, die niet afdwingbaar zijn bij vrijwillige medewerking. Een voorbeeld is dat er binnen zes weken een schriftelijk plan van aanpak ligt, waarin wordt beschreven welke zorgen er zijn en op welke wijze, binnen welke termijn en met welke jeugdhulp wordt getracht het tij te keren. Dit biedt handvatten aan ouders om te borgen dat noodzakelijke jeugdhulp ook daadwerkelijk binnen een redelijke termijn wordt ingezet.

Ouders hebben daarnaast ook de mogelijkheid bij onoverbrugbare verschillen de kinderrechter (met behulp van een advocaat) te vragen om te bemiddelen (geschillenregeling kinderrechter). Het blijft, met of zonder juridische maatregel primair de verantwoordelijkheid van de gezaghebbende ouders om te bewaken dat noodzakelijk geachte hulp ook daadwerkelijk wordt geleverd. Wachtlijstproblematiek, niet ingekochte – maar wel noodzakelijke – jeugdhulp, stilzitten van jeugdbescherming door ziekte of vervanging mogen immers niet ten koste gaan van het kind.

Ook bij een vrijwillige uithuisplaatsing kan het voorkomen dat de zorgen bij de hulpverlening mettertijd niet afnemen, maar juist toenemen. Een aanvankelijk vrijwillige uithuisplaatsing wordt dan na enkele maanden alsnog mogelijk omgezet in een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De zogenaamde aanvaardbare termijn (ruwweg binnen 1,5 jaar na uithuisplaatsing moet het perspectief waar het kind zal opgroeien vastgesteld zijn) begint echter te lopen vanaf de feitelijke uithuisplaatsing.

Netwerkplaatsing

Een voorbeeld is dat ouders die tijdelijk niet voor hun kinderen kunnen zorgen, bijvoorbeeld vanwege een behandeling vanwege psychische problemen, zelf binnen het netwerk een zogenaamd netwerkpleeggezin voorstellen. Voordat kinderen binnen het netwerk geplaatst kunnen worden is het vaak zo dat een pleegzorgorganisatie een zogenaamde netwerkscreening afneemt, waarbij weigeringsgronden kunnen zijn gelegen in het feit dat op het voorgestelde adres sprake is van iemand die in aanraking gekomen is met justitie of zelf een jeugdbeschermingsverleden heeft. In dat geval wordt aan ouders aangegeven dat die mogelijkheid niet bestaat, terwijl er gegeven het alternatief, namelijk plaatsing in een nog onbekend pleeggezin, waarbij het zeer de vraag is hoe vaak de mogelijkheid bestaat tot contact en omgang, ten onrechte niet wordt afgewogen waar het kind beter af is. In die situatie kan het goed zijn de kwestie voor te leggen aan de kinderrechter.

Twijfelt u of u vrijwillig akkoord moet gaan met uithuisplaatsing van uw kind(eren) of wenst u informatie over de mogelijkheden om alternatieven voor te stellen? Wilt u weten wat uw rechten zijn of wilt u bijstand? Aarzel dan niet om vrijblijvend contact op te nemen met een van onze advocaten.

Schade: wat nu?

In Nederland is het uitgangspunt dat een ieder zijn eigen schade draagt, tenzij de schade is ontstaan door iemand anders. Als je iemand aansprakelijk wilt stellen met het doel om die persoon op te laten draaien voor jouw schade, dient sprake te zijn van een onrechtmatige daad.

Volgens de wet is er sprake van een onrechtmatige daad als je een ander een verwijt kunt maken over een doen of nalaten waarbij in strijd wordt gehandeld met een wettelijke plicht, of waarbij sprake is van een inbreuk op een recht, of waarbij in strijd wordt gehandeld met gewoonteregels.

Het kan hierbij gaan om een divers aantal schadegevallen zoals letselschade als gevolg van een mishandeling of verkeersongeval, schade als gevolg van een vernieling van goederen, of bijvoorbeeld schade als gevolg van de aankoop van een kat in de zak. In principe kun je allerlei soorten schade die je lijdt op een ander verhalen.

Als je de schade op een ander kunt verhalen, is het van belang dat je zelf bewijs levert van je schade. Zorg er dus voor dat je facturen, (medische) verklaringen en andere stukken zorgvuldig bewaart. Wacht ook niet te lang met het aanspreken van een ander. Je moet namelijk binnen een redelijke tijd de ander op de hoogte stellen dat je schade hebt geleden. Indien je meer dan vijf jaren laat verstrijken voor dat je iemand aansprakelijk stelt, ben je te laat.

Ieder geval is anders en heeft een aparte beoordeling nodig.  Wij kunnen u hierover adviseren. Iedere vrijdagmiddag tussen 13:00 en 15:00 bent u welkom op ons gratis inloopspreekuur, u kunt dan uw vraag voorleggen. U hoeft hiervoor geen afspraak te maken. Uiteraard kunt u ook telefonisch contact met ons opnemen.

Partners Eritrese asielzoekers niet welkom

Wie zei er, dat Nederland (te) ruimhartig is in het toelaten van familieleden van vluchtelingen?
Vraag een willekeurig aantal Eritreeërs naar hun ervaring en je weet wel beter!

Eritrea heeft een van de meest onderdrukkende regimes ter wereld. Alle jonge mensen, mannen en vrouwen, moeten op hun 18e het leger in voor onbepaalde tijd. Die algemene dienstplicht houdt pas op als je 45 bent. Oppositie is niet toegestaan. Kritiek op het overheidsbeleid of ontduiking van die dienstplicht worden bestraft met lange gevangenisstraffen. En het is verboden om zonder vergunning naar het buitenland te reizen. Als je illegaal bent uitgereisd kun je niet meer terug: je wordt meteen opgepakt bij binnenkomst en er volgt minimaal een jaar cel. En daarna ga je alsnog het leger in tenzij je ouder bent dan 45 jaar.

Logisch dat Nederland Eritreeërs, vaak jonge mannen en vrouwen, die asiel vragen meteen een verblijfsvergunning geeft. Er is voor hen geen weg terug. Maar: hun geluk vinden zij vaak niet in Nederland. Hun partners, achtergebleven in Eritrea, mogen namelijk vrijwel nooit voor gezinshereniging naar  Nederland komen.

Nederland eist voor gezinshereniging van een partner bewijs van het huwelijk of bewijs van samenwoning. En dat bewijs kunnen Eritreeërs vaak niet leveren. Hun huwelijk is alleen door de kerk geregistreerd en kerkelijke akten accepteert Nederland niet. En vanwege die algemene dienstplicht voor onbepaalde tijd hebben veel Eritreeërs de eerste jaren na hun huwelijk geen eigen woning. Zij verblijven op de legerbasis, krijgen nauwelijks loon en brengen alleen de verlofperioden met hun partner door in de woning van één van beide families. En dat geldt voor Nederland niet als “samenwonen”.

De opluchting van Eritrese asielzoekers die in Nederland een asielvergunning hebben gekregen en in ons veilige land mogen bouwen aan een nieuwe toekomst slaat daarom heel vaak om in wanhoop. Hun levenspartner mag niet komen. Die partner zit vast in Eritrea of –erger nog- in Sudan of Ethiopië, bij de dichtstbijzijnde Nederlandse ambassade, in afwachting van het visum om hun geliefde te kunnen nareizen, een visum dat nooit verleend zal worden.

Nederland heeft geen ambassade in Eritrea vanwege de slechte mensenrechtensituatie daar. Voor de aanvraag gezinshereniging is melding bij een Nederlandse ambassade nodig, om vragen te beantwoorden en de identiteit te laten controleren. De in Eritrea achtergebleven partner reist daarom illegaal het land uit in de verwachting de in Nederland toegelaten man of vrouw te mogen nareizen; en zit vervolgens zonder recht of titel, zonder familie, zonder huis, zonder werk, in dat vreemde land, voor eeuwig gescheiden van de geliefde en van de eigen familie.

Je wordt er als advocaat vreemdelingenrecht wel eens moedeloos van. Je staat de Eritrese vluchtelingen bij in procedures over nareis van hun partner maar je weet van tevoren dat die niet veel kans van slagen hebben. De marges zijn heel klein. Je bereidt je cliënt voor op slecht nieuws. De persoonlijke belangen zijn heel groot. En daarom procedeer je toch. Beter vijf keer zo’n zaak  verliezen en een keer winnen dan zes keer zo’n zaak niet gedaan.

Voor dat ene stel, dat samen een veilige toekomst in Nederland tegemoet kan, bij elkaar en nooit meer bang om opgepakt te worden, voor dat ene stel blijft het de moeite meer dan waard om advocaat vreemdelingenrecht te zijn!

Maar zeg mij nooit, dat Nederland te ruimhartig is in het toelaten van partners van asielzoekers!