Geen griffierecht in procedures over gemeentelijke schuldhulpverlening

Wie toegelaten wil worden tot de WSNP moet eerst proberen via de gemeente een minnelijk schuldsaneringstraject te realiseren. In Rotterdam gaat dat via de Kredietbank Rotterdam.  Dit minnelijk traject is sinds 2012 geregeld in de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS).  Als de gemeente een minnelijk traject weigert of tussentijds beëindigt dan kan hiertegen bezwaar worden gemaakt en beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter.

Anders dan in WSNP zaken het geval is, heft de rechtbank dan wel griffierecht. De rechtbank Rotterdam heeft in de uitspraak van 24 mei 2017 bepaald dat voor dit verschil tussen de WGS en de WSNP geen objectieve rechtvaardiging bestaat en dat in procedures op grond van de WGS ook geen griffierecht geheven moet worden (ECLI:NL:RBROT:2017:3881).

Uiteindelijk zal de Raad van State in een procedure over de WGS in hoger beroep nog wel moeten beslissen of men deze uitspraak volgt, maar de overwegingen van de rechtbank lijken overtuigend genoeg.

Sinds 1 april 2017 is overigens op grond van artikel 5 WGS het breed moratorium in werking getreden waardoor de gemeente de rechtbank kan verzoeken om een afkoelingsperiode af te kondigen waarin elke bevoegdheid van de schuldeiser tot verhaal en executie voor een periode van maximaal zes maanden worden opgeschort.  Onduidelijk is of een weigering van de gemeente om zo’n verzoek aan de rechtbank te doen ook een besluit is waartegen de schuldenaar bezwaar kan maken.  Als dat wel het geval is, dan zal de uitspraak van de rechtbank Rotterdam ook moeten gelden voor het griffierecht procedures in dat soort zaken.