Kunnen ouders een Jeugdwet-pgb ontvangen voor hun kind?

Gemeenten in Zuid Holland Zuid beantwoordden deze vraag met “nee” en weigerden daarom automatisch een pgb-aanvraag op grond van de Jeugdwet voor zorg door een ouder. Het ingenomen standpunt luidt, dat zorg voor een kind tot de gebruikelijke zorg behoort die een ouder moet leveren. In de uitspraak van 1 februari 2018 oordeelt de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2018:646) dat dit standpunt te kort door de bocht is en overweegt dat een pgb weliswaar niet bedoeld is als inkomensondersteuning aan de ouder(s), maar dat het verlenen van een pgb op grond van de Jeugdwet voor zorg door een ouder onder omstandigheden toch in het belang van het kind kan zijn. Dat houdt in dat een gemeente niet alleen zorgvuldig naar de zorgbehoefte van het kind moet kijken, maar ook naar de financiële situatie van het gezin waarin het kind opgroeit.

De gemeente in kwestie ging dus een stap te ver. Een pgb voor de verzorging van het kind door de ouder(s) kan niet bij voorbaat geweigerd worden. Het is wel de vraag of de rechtbank met deze uitspraak niet te veel de nadruk legt op de financiële situatie van de ouder(s) en te weinig kijkt naar de zorgbehoefte van de jeugdige. Dat laatste staat immers in de Jeugdwet centraal. Valt de financiële situatie van het gezin wel onder de behoefte en de persoonskenmerken van de jeugdige en zijn ouders zoals genoemd in artikel  2.3 lid 4 van de Jeugdwet?

Een andere vraag is op grond van welke criteria de gemeente de financiële situatie moet  beoordelen en had de gemeente in deze zaak hiervoor ook voldoende objectieve criteria ontwikkeld? Daarbij zal het college toch eerst door zorgvuldig onderzoek concreet zicht moeten hebben op de aard en omvang van de hulp die een kind nodig heeft, voordat het ook een oordeel kan geven over de financiële noodzaak om een pgb te verstrekken. In deze zaak had de rechtbank wel overwogen dat het onderzoek door de gemeente onvoldoende zorgvuldig was, maar verbond daar in dat opzicht geen consequenties aan.

Kan een ouder mantelzorger voor zijn minderjarig kind zijn?

De rechtbank overweegt in deze uitspraak ook dat wanneer de gemeente geen pgb verstrekt, er geen sprake is van ‘gedwongen mantelzorg’ door de ouder, omdat een ouder geen mantelzorger kan zijn gelet op artikel 1:247 BW. In dit artikel staat dat ouders verantwoordelijk zijn voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van hun kind. De vraag is wat de rechtbank hiermee precies bedoeld heeft.

Anders dan in de WMO wordt het begrip mantelzorg in de Jeugdwet niet expliciet omschreven. Het onderscheid tussen gebruikelijke hulp en mantelzorg (door een ouder) lijkt in de Jeugdwet niet zo scherp te zijn. In het Memorie van Toelichting op de Jeugdwet wordt artikel  1:247 BW bezien in het licht van de eigen kracht van ouders, maar daar staat niet dat mantelzorg door ouders voor hun minderjarig kind per definitie onmogelijk is.  De vraag is of de rechtbank met deze overweging extra heeft willen onderbouwen dat in de Jeugdwet in beginsel geen pgb voor zorg door ouders kan worden verstrekt. Of heeft de rechtbank bedoeld dat er onder de Jeugdwet óf sprake is van (gebruikelijke) hulp die ouders op grond van artikel 1:247 BW verplicht zijn aan hun kind te verlenen óf dat een pgb aan de orde is als de zorgbehoefte van het kind de gebruikelijke hulp te boven gaat.

Conclusie
Op grond van de Jeugdwet is een pgb voor zorg door de ouder soms wel mogelijk. Het college moet bij het nemen van een besluit hierover daarom ook gericht onderzoek doen naar de financiële situatie van het gezin.

Hoewel de rechtbank het besluit om een pgb te weigeren onvoldoende zorgvuldig gemotiveerd vond, laat  het de rechtsgevolgen van dat besluit toch – en mogelijk ten onrechte – in stand. Het was sowieso beter geweest als  de rechtbank in een tussenuitspraak de gemeente had opgedragen om  aanvullend onderzoek te doen naar situatie van het gezin. In een vergelijkbare zaak in Zuid Holland Zuid had de rechtbank dat overigens wel gedaan (zie: ECLI:NL:RBROT:2018:689) .