Wet taaleis WWB: Een klein dictee in de participatiewet.

Op 17 maart 2015 heeft  de Eerste Kamer de Wet taaleis WWB aangenomen. Eerst  zou de wet op 1 juli al ingaan, maar dat is uitgesteld tot 1 januari 2016. Voor diegenen die nu al bijstand ontvangen geldt de taaleis vanaf 1 juli 2016 ook.

Op grond van deze wet beoordeelt de Sociale Dienst de taalvaardigheid van bijstandsgerechtigden en de kan bijstandsgerechtigde eventueel verplichten om een cursus te volgen. De Sociale Dienst kan een maatregel opleggen als de bijstandsgerechtigde zich  onvoldoende inspant om de taalvaardigheid te verbeteren.

De taaleis in de bijstand is overigens niet dezelfde als de taaleis in de wet inburgering. Voor de bijstand geldt het referentieniveau 1F. Dat komt neer op het afronden van de Nederlandse basisschool. De taaleis in de bijstand geldt voor iedereen die recht op bijstand heeft. Anders dan bij de wet inburgering het geval is, bestaan er geen vrijstellingen. Desondanks is het de vraag of de taaleis geen ongeoorloofd onderscheid maakt tussen mensen met de Nederlandse nationaliteit en zij die een andere nationaliteit bezitten. Het ligt immers voor de hand die laatste groep vaker met de taaleis zal worden geconfronteerd.

De bijstandsgerechtigde kan aantonen dat hij de Nederlandse taal voldoende beheerst door bijvoorbeeld een getuigschrift Nederlands  basisonderwijs of een inburgeringsdiploma te overleggen. Als de uitkeringsgerechtigde hierover niet beschikt kan hij ook met andere documenten proberen aan te tonen dat hij aan de taaleis voldoet.  De wet concretiseert  niet wat overige documenten zijn zodat het in principe van alles zou kunnen zijn zoals bijvoorbeeld een CV of een recente sollicitatiebrief.  Als de bijstandsgerechtigde  deze gegevens niet kan tonen neemt de Sociale Dienst een taaltoets af.  In een Algemene Maatregel van Bestuur zal de regering eisen stellen waaraan de taaltoets zal moeten voldoen, maar daarbinnen heeft de Sociale Dienst beleidsvrijheid bij de keuze van de taaltoets. Derhalve zal afgewacht moet worden hoe de Sociale Diensten in Rotterdam en omgeving concreet aan de taaltoets vorm gaan geven.

Als het resultaat van de taaltoets onvoldoende is, zal de bijstandsgerechtigde inspanningen moeten leveren om de beheersing van de Nederlandse taal op het vereiste niveau te brengen. Het ligt voor de hand dat dit gebeurt door de bijstandsgerechtigde een taalcursus te laten volgen, maar andere opties zijn volgens de regering ook mogelijk. De regering is daarbij niet duidelijk over hoe een taalcursus bekostigd moet worden en of de bijstandsgerechtigde die zelf moet betalen. Als vervolgens blijkt dat de bijstandsgerechtigde zich onvoldoende inspant om aan de taaleis te voldoen kan de Sociale Dienst dus een maatregel opleggen en de uitkering verlagen.

In de praktijk zullen vooral analfabeten en laaggeletterden met de taaleis te maken krijgen. De regering schat zelf in dat die groep ongeveer  550.000 personen omvat. De kans is groot dat het hierbij juist om mensen gaat die kampen met cognitieve problemen, leerproblemen en audiovisuele problemen. Voor die mensen kan het maken van de taaltest en het  eventueel volgen van een taalcursus extra moeilijk zijn.  Als de Sociale Dienst  de uitkering wegens onvoldoende inspanningen verlaagt zal de Sociale Dienst met zulke omstandigheden rekening moeten houden, omdat verwijtbaarheid kan ontbreken. Bovendien gaat het vaak om kwetsbare mensen voor wie het verlagen van de uitkering ernstige gevolgen kan hebben.

Met de Wet taaleis WWB wordt aan de Sociale Dienst een extra instrument gegeven om de uitstroom van bijstandsgerechtigden te bevorderen. De wet past wat dat betreft in de trend van de afgelopen jaren om de bijstand activerend te maken. Deze wet  treft wel specifiek analfabeten en laaggeletterden die daardoor vaak al in een kwetsbare positie zitten.  Het is dan ook afwachten hoe de Sociale Diensten in de praktijk aan de taaleis vorm zullen gaan geven en deze eis in de praktijk  gaan handhaven.

1 antwoord
  1. Willy Swart
    Willy Swart says:

    Als een bijstandsgerechtigde is ontheven van de inburgeringsplicht op grond van het feit dat het inburgeringsniveau niet haalbaar is gebleken en de inburgeraar aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan, kan hij dan toch weer opgeroepen worden voor een taaltraject 1F? men heeft hem toch al ontheven van de taalverplichting op 1F(A2) en dus geconstateerd dat dit niveau niet haalbaar is? Verspilling van tijd en geld en een hoop frustratie voor iedereen. De ene wet mag toch niet in tegenstrijd zijn met de andere wet?

Reacties zijn gesloten.